Amsterdam,
15
november
2017
|
15:08
Europe/Amsterdam

Gentherapie bij reuma: de stand van zaken

Zou het niet geweldig zijn als cellen in ontstoken gewrichten zélf de medicijnen kunnen aanmaken die de reuma tegengaan? Het kan met gentherapie. Een eerste behandeling, ontwikkeld in het AMC, wordt nu getest op mensen met reumatoïde artritis (RA). Dit onderzoek geeft, net als onderzoek van het Radboudumc, ook hoop op een genbehandeling tegen artrose.

‘Het zit in je genen', is een uitdrukking die je regelmatig hoort. Het lijkt dan alsof onze genen alles bepalen. Toch is dat niet zo. Invloeden van buitenaf zoals schadelijke stoffen, maar ook roken en stress, kunnen onze genen anders laten werken waardoor ziektes ontstaan. Maar, juist omdát onze genen te beïnvloeden zijn, kan gentherapie helpen om een ziekte aan te pakken.

Waarom gentherapie bij reuma?
Mensen met een vorm van reuma krijgen vaak medicijnen die in het hele lichaam werken. Het zijn bijvoorbeeld tabletten, injecties of een infuus. De werking van het hele afweersysteem wordt door deze medicijnen veranderd, terwijl ontstekingen vaak vooral in de gewrichten zitten. Dat is niet ideaal, omdat er bijwerkingen op andere plekken in het lichaam kunnen ontstaan. Of het afweersysteem is niet meer goed in staat om andere ziekten, zoals infecties, te bestrijden.

Met gentherapie kunnen cellen in de gewrichten zélf ervoor zorgen dat de benodigde reumaremmers worden aangemaakt. Doordat het immuunsysteem alleen in de gewrichten anders gaat werken, ontstaan er ergens anders in het lichaam geen bijwerkingen of problemen in de afweer tegen bijvoorbeeld virussen en bacteriën.

Hoe werkt gentherapie bij reuma?
Allereerst moeten onderzoekers ontdekken welke genen in gewrichtscellen het beste beïnvloed kunnen worden, om de ontstekingen zelf aan te pakken. Als dat gen ontdekt is, gaan onderzoekers op zoek naar manieren om dit gen aan het werk te zetten. Uiteindelijk wordt het gen met behulp van een onschadelijk (!) virus in de gewrichtscellen gespoten en met behulp van een ander stofje aan het werk gezet. Het actieve gen zorgt er voor dat de gewrichtscellen anders gaan werken, waardoor ze zelf de ontstekingen gaan remmen.

Met gentherapie kunnen cellen in de gewrichten zélf ervoor zorgen dat de benodigde reumaremmers worden aangemaakt.

Wat is er tot nu toe ontdekt?
1. Onderzoekers van het AMC in Amsterdam hebben – dankzij de financiering van het Reumafonds – een gen gevonden dat het eiwit Interferon-beta aanmaakt. Als dit gen eenmaal in de gewrichtscellen zit, gaan die cellen zelf Interferon-beta aanmaken. Dit eiwit remt de ontstekingen bij reumatoïde artritis (RA). Deze gentherapie kan nu bij mensen met RA getest worden en waarschijnlijk straks ook bij mensen met artrose.

2. In het Radboudumc in Nijmegen hebben onderzoekers – ook met steun van het Reumafonds – een ander gen gevonden dat kans biedt op gentherapie. Het gen helpt cellen om het eiwit Interleukine-10 (IL-10) te produceren. Dit IL-10 is niet alleen ontstekingsremmend bij RA maar ook bij artrose. Dat is belangrijk, nu steeds duidelijker wordt dat ook bij artrose ontstekingen in het gewricht voorkomen. Dit gen kan hopelijk in de toekomst zorgen voor een nieuwe behandeling tegen artrose.

Wat betekent het voor mij?
Gentherapie staat bij heel veel vormen van reuma nog in de kinderschoenen. Toch wordt de gentherapie tegen RA die in het AMC is ontwikkeld, nu voor het eerst bij mensen getest. Heeft u RA, bent u ouder dan 18 jaar en heeft u minimaal 1 ontstoken vingergewricht? Dan kunt u zich opgeven als proefpersoon voor dit onderzoek.

Waarschijnlijk wordt deze gentherapie uitgebreid naar mensen met artrose in de vingers die een operatie te wachten staat. Kijk op onze website voor de laatste informatie over reumaonderzoeken waaraan u kunt deelnemen.